Tollien Schuurman (1913-1994).

 

Hier Tollien voor de kosterswoning in Windesheim. Zelfde plek voor de kosterswoning in 2017.

Het Verhaal van Windesheim : ‘Tollien Schuurman’ Iedere dag komen er talloze verhalen op ons af, of je nu een boek leest, een film kijkt, een mop aan de bar vertelt of de laatste roddel hoort over een buurtbewoner. Je struikelt bijna letterlijk over de verhalen en het gekke is het verveelt nooit. De Historische vereniging Windesheim wil ook een verhaal vertellen: het Verhaal van Windesheim zoals het ooit was. Internet is daarbij een onuitputtelijke bron.

Wie en waar
In de Engelstalige Wikipedia staat een fotootje van een jonge vrouw die - opgeschrikt uit haar borduurwerkzaamheden - recht de lens in kijkt. De foto is om meerdere redenen bijzonder. Het witgesausde huisje met de lage deuringang is de deur van onze kosterswoning in Windesheim. De vrouw op de voorgrond is Tollien Schuurman.

Atletiek
Een vergeten naam maar eens brak zij als eerste de magische grens van 12 seconden op de 100 meter sprint. Ze was een uniek en puur talent die het vooral van kracht moest hebben. Geboren in het Drentse Zorgvlied als kind van een onderwijzersechtpaar kwam ze op driejarige leeftijd in de Friese gemeente Rottevalle te wonen. Haar ouders waren overtuigd socialist. Aan de keukentafel werden de wereldproblemen besproken. Tijdens een logeerpartijtje in 1929 viel ze in voor haar ziek geworden nichtje bij een atletiekwedstrijd over 80 meter. Ze versloeg iedereen. Kort daarna werd ze lid van de Drachtse atletiekvereniging . Er wordt gezegd ‘wat goed is komt snel’ en dat geldt zeker voor haar.

Olympische Spelen
Op zeventienjarig leeftijd werd ze Nederlands kampioen op de 100 meter en weer een jaar later behaalde ze op de wereldspelen zilver op de 100 en 200 meter achter de ongenaakbaar geachte Stella Walsh. Men sprak over ‘Het geheim van Friesland’. Het was duidelijk op de Olympische kampioenschappen van 1932 in Los Angeles was Tollien dé kandidaat voor een metalen plak die volgens kenners maar één kleur had, goud. De voormalig hordenloper Jan Britstra, verbonden aan de atletiekvereniging PEC Zwolle werd haar trainer. Het klikte tussen hen. Haar vader Riekele Schuurman solliciteerde met succes naar het hoofdonderwijzerschap in Windesheim. Nu kon zijn dochter optimaal trainen. De atletiekbond liet weten dat haar trainer Britstra niet mee mocht naar de Spelen. Tollien weigerde daarop mee te gaan. Er werd druk op haar uitgeoefend want voor de estafetteploeg was ze onmisbaar. Ze liet zich overhalen en na een lange boot- en treinreis waar ze niet had kunnen trainen, streken de atleten neer in het hete L.A. Het werd een fiasco al behaalde ze met de estafetteploeg nog wel een 4e plaats. Achteraf moest ze constateren dat ze niet goed was voorbereid: verkeerd schoeisel voor de atletiekbaan met meer klei dan sintels, het gratis overvloedige eten smaakte haar als kind die de crisis gewend was te goed en het weer was te warm. Van deze Olympische reis met de oceaanreus “De Statendam” heeft Tollien heel modern een verslag in de Leeuwarder Courant bijgehouden.
Nog één keer zou ze schitteren tijdens een invitatiewedstrijd in het Belgische Schaarbeek waar ze haar wereldrecord 11.9 seconden op de 100 meter evenaarde en met 24.6 seconden op de 200 meter. Veel belangrijker was dat ze Stella Walsh op beide afstanden versloeg. In 1933 kwam Hitler aan de macht. Het was aan de keukentafel in huize Schuurman niet onopgemerkt gebleven hoe Hitler optrad tegen joden, communisten en socialisten. Toen Hitler liet weten dat er geen joden aan de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 mochten deelnemen, nam Tollien duidelijk stelling en weigerde mee te gaan: “Ik loop niet voor Hitler en zijn trawanten”. Dat werd een rel. De voorzitter van de KNAU reisde af naar Windesheim maar het was tevergeefs. Tollien bleef bij haar standpunt misschien geholpen door een hardnekkige spierblessure. Het betekende het einde van haar carrière. De Telegraaf voerde een hetze tegen haar.

Uitvoering in Windesheim
Tot 1938 bleef ze in Windesheim wonen en in een enkel krantenstukje kom je haar naam tegen. Ze schrijft een kort toneelspel voor meisjes dat werd opgevoerd in de Nutricia.


Laatste race
Nog één keer zou ze nog van zich doen spreken, in 1948 toen Fanny Blankerts Koen haar successen op de Olympische Spelen behaalde, verbleef Tollien op Vlieland. Op het strand zag ze hoe twee kinderen in een mui terecht kwamen en op het punt stonden te verdrinken. Ze rende de race van haar leven en op de strekdam liep ze haar voeten tot bloedens toe maar ze wist beide kinderen te redden. Als tandartsassistent behaalde ze de benodigde papieren voor fysiotherapeut en leefde ze samen met haar vriendin op de Veluwe waar ze in 1994 stierf, volkomen vergeten.

Uit: Nieuwsbrief PB Windesheim februari 2018
Historische Vereniging Windesheim / René van der Have